Solu-medrol Sab Act-o-vial 1x 125mg/2ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Solu-medrol Sab Act-o-vial 1x 125mg/2ml

  € 13,66

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,70 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,62 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 13,66
Op bestelling
  1. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?  U bent allergisch voor methylprednisolon of voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.  In geval van schimmelinfecties.  Solu-Medrol mag niet intrathecaal of epiduraal worden toegediend. Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt:  indien u leed of lijdt aan langdurige of actieve infecties: dit geneesmiddel kan u gevoeliger maken voor infecties zoals waterpokken of mazelen. Verschillende infecties kunnen daarom gemakkelijker optreden tijdens de behandeling. Deze infecties kunnen mild zijn of ernstig en in sommige gevallen fataal. De behandeling met Solu-Medrol kan uw weerstand tegen verschillende infecties aantasten. Het kan sommige tekenen van infecties maskeren, huidige infecties verergeren of oude, verborgen infecties reactiveren of verergeren. Tijdens het gebruik van Solu-Medrol kunnen er ook nieuwe infecties de kop opsteken. Uw arts zal u nauwlettend opvolgen op de ontwikkeling van een infectie en overwegen om de behandeling te stoppen of de dosis te verlagen indien nodig.  indien u lijdt of leed aan tuberculose.  indien een inenting absoluut noodzakelijk is: vaccinaties met levende of verzwakte levende vaccins zijn niet aanbevolen. Afhankelijk van het type vaccin kan het vaccin gevaarlijk zijn en een infectie veroorzaken; het vaccin kan ook onwerkzaam zijn waardoor u geen bescherming zult hebben verworven tegen de ziekte. Waarschuw de persoon die u moet inenten altijd dat u wordt of bent behandeld met Solu-Medrol.  indien u in het verleden allergisch bent geweest voor een geneesmiddel, vertel dit dan aan uw arts.  indien u aan ongewone stress lijdt of binnenkort zal worden blootgesteld aan een ongewone stressvolle situatie: raadpleeg uw arts.  indien u lijdt aan het syndroom van Cushing, omdat glucocorticoïden dit syndroom kunnen verergeren.  indien u niet genoeg schildklierhormonen aanmaakt (hypothyroïdie).  als uw schildklier te snel werkt (hyperthyreoïdie).  indien u lijdt aan diabetes: de behoeften aan insuline of bloedsuikerverlagende geneesmiddelen kunnen verhogen; regelmatige medische controle is aangewezen.  indien u al heeft geleden aan psychiatrische problemen zoals emotionele instabiliteit of als u psychotische neigingen heeft: deze problemen kunnen verergeren.  Neem contact op met uw arts indien u tijdens de behandeling last krijgt van psychische klachten, met name in geval van een depressieve stemming of zelfmoordgedachten. Psychiatrische stoornissen kunnen optreden tijdens of vlak na een dosisverlaging/stopzetting van dit type geneesmiddelen. Regelmatige medische controle is aangewezen.  indien u lijdt aan epilepsie.  indien u lijdt aan een spierziekte, ernstige spierzwakte (bijvoorbeeld in geval van myasthenia gravis).  indien u lijdt aan ontkalking van de beenderen (osteoporose).  indien u herpes simplex heeft of zona ter hoogte van het oog: met dit geneesmiddel bestaat er risico van hoornvliesperforatie.  indien u lijdt aan een te hoge bloeddruk (hypertensie): de bloeddruk zou verder kunnen stijgen. Regelmatige medische controle is noodzakelijk.  als u lijdt aan trombo-embolische aandoeningen (bloedstolsels die de bloedvaten afsluiten) of indien u aanleg heeft voor deze aandoeningen.  indien u risicofactoren voor hart- en vaatziekten vertoont: indien u een hartaandoening heeft of heeft gehad, is regelmatige medische controle aangewezen.  indien u lijdt aan een maagzweer of bepaalde spijsverteringsziekten, zoals colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) of diverticulitis (ontsteking van kleine uitstulpingen - hernia's - in de wand van de dikke darm): uw ziekte kan ernstiger worden.  als u onlangs een darmanastomose (een soort darmchirurgie) heeft ondergaan.  indien u aan een leverziekte (cirrose) lijdt.  indien uw nieren niet goed werken.  indien u lijdt aan sclerodermie (ook bekend als gegeneraliseerde sclerose, een auto-immuunziekte van het bindweefsel) omdat er een verhoogd risico van sclerodermale niercrisis is waargenomen bij het gebruik van corticosteroïden.  indien u lijdt aan traumatisch hersenletsel want in dat geval mag er niet worden behandeld met systemische corticosteroïden.  indien u een tumor van de bijnier heeft (bekend onder de naam feochromocytoom), moet u uw arts voorafgaand aan de behandeling daarover informeren.  indien u een biologische test moet ondergaan: informeer uw arts voorafgaand aan de test dat u dit geneesmiddel gebruikt.  indien u acetylsalicylzuur of niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen gebruikt, want deze moeten met voorzichtigheid worden gebruikt in combinatie met corticosteroïden. Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen. Orale anticoagulantia (geneesmiddelen die via de mond worden ingenomen om bloedstolling te voorkomen) kunnen uw risico op bloedingen verhogen indien gebruikt in combinatie met Solu�Medrol. In sommige gevallen kan de werking van de orale anticoagulantia ook verminderd zijn. Uw arts moet mogelijk regelmatig uw bloedingsrisico controleren door middel van extra bloedonderzoek tijdens uw behandeling met Solu-Medrol. Uw Solu-Medrol dosis moet mogelijk ook aangepast worden indien nodig. Om de ziekte onder controle te houden, moet de laagst mogelijke dosis worden toegediend en als een dosisverlaging mogelijk is, moet de dosis geleidelijk worden verlaagd. Als een langdurige behandeling met dit geneesmiddel noodzakelijk blijkt, moet deze behandeling plaatsvinden onder medisch toezicht. Langdurig gebruik kan een verhoogd risico zijn op het voorkomen van sommige bijwerkingen bij ouderen en kinderen. Leverletsel (acute hepatitis) kan optreden na meerdere weken cyclische intraveneuze toediening van Solu-Medrol. Raadpleeg uw arts. Uw arts kan u eventueel een natriumarm dieet en extra inname van kalium aanraden als er voor uw behandeling hogere dosissen nodig zijn. Tumorlysissyndroom kan optreden wanneer corticosteroïden worden gebruikt tijdens de behandeling van kanker. Informeer uw arts indien u kanker heeft en symptomen van tumorlysissyndroom heeft, zoals spierkrampen, spierzwakte, verwardheid, onregelmatige hartslag, gezichtsverlies of visuele stoornissen en kortademigheid. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u spierzwakte, spierpijn, krampen en stijfheid ervaart tijdens het gebruik van methylprednisolon. Dit kunnen verschijnselen zijn van een aandoening die thyreotoxische periodieke verlamming wordt genoemd. Deze aandoening kan optreden bij patiënten met een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) die behandeld worden met methylprednisolon. Het kan zijn dat u een aanvullende behandeling nodig heeft om deze aandoening te verlichten. Kinderen Kinderen moeten onder streng medisch toezicht en zo kort mogelijk worden behandeld.

Solu-Medrol 500 mg en Solu-Medrol 1000 mg bevatten benzylalcohol. Deze afleveringsvormen mogen niet toegediend worden aan pasgeborenen (jonger dan 4 weken) en niet langer dan een week gebruikt worden bij kinderen jonger dan 3 jaar, tenzij aanbevolen door uw arts (zie rubriek "Solu�Medrol bevat benzylalcohol en natrium in bepaalde afleveringsvormen"). De groei en ontwikkeling van pasgeborenen en kinderen die langdurig worden behandeld, dienen nauwlettend in de gaten te worden gehouden door de arts. Groeivertraging is mogelijk bij een langdurige behandeling. Zuigelingen en kinderen die langdurig worden behandeld hebben met name een verhoogd risico op een verhoogde druk in de schedel. Hoge dosissen van dit geneesmiddel kunnen alvleesklierontsteking veroorzaken, met name bij kinderen. Verdikking van de hartspier (hypertrofische cardiomyopathie) kan zich ontwikkelen na toediening van methylprednisolon aan te vroeg geboren baby's. Bovendien zijn er gevallen van voorbijgaande hartvergroting gerapporteerd bij te vroeg geboren kinderen die behandeld werden met een corticosteröid voor een longaandoening. Bewaking van de hartfunctie en -structuur kan nodig zijn.

  • Als adjuvansbehandeling voor toediening op korte termijn (om de patiënt over een acute aanval of exacerbatie heen te helpen) bij:
    • Posttraumatische osteoartriti
    • Synovitis bij osteoartriti
    • Reumatoïde artritis, met inbegrip van de juveniele vorm (in sommige gevallen kan een laag gedoseerde onderhoudstherapie noodzakelijk zijn
    • Acute en subacute bursiti
    • Epicondyliti
    • Acute, aspecifieke tenosynoviti
    • Acute artritis bij jich
    • Artritis psoriatic
    • Spondylitis ankylopoietic
    • Tijdens een exacerbatie of als onderhoudsbehandeling in bepaalde gevallen van
    • Systemische lupus erythematosus (en lupus nephritis
    • Acute reumatische carditi
    • Systemische dermatomyositis (polymyositis
    • Polyarteritis nodos
    • Syndroom van Goodpastur
    • Pemphigu
    • Dermatitis herpetiformis bullos
    • Ernstig erythema multiforme (syndroom van Stevens-Johnson
    • Dermatitis exfoliativ
    • Mycosis fungoide
    • Ernstige psoriasi
    • Ernstige dermatitis seborrhoeic
    • Controle van ernstige of invaliderende allergische toestanden, die niet reageren op adequate conventionele therapieën bij:
    • Asthma bronchial
    • Contactdermatiti
    • Atopische dermatiti
    • Serumziekt
    • Seizoengebonden of chronische allergische riniti
    • Medicamenteuze allergi
    • Urticaria na transfusi
    • Acuut, niet-geïnfecteerd larynxoedeem (adrenaline is het eerste keuzepreparaat
    • Herpes zoster ophthalmicu
    • Diffuse uveitis posterior en choroiditi
    • Chorioretiniti
    • Neuritis optic
    • Iritis en iridocycliti
    • Ophthalmia sympathic
    • Symptomatische pulmonale sarcoidosi
    • Syndroom van Loeffler, indien andere middelen geen effecten hebben geresulteer
    • Berylliosi
    • Fulminerende of gedissemineerde longtuberculose bij gelijktijdige toediening van adequate tuberculostatic
    • Aspiratiepneumoni
    • Idiopathische trombocytopenische purpura bij volwassene
    • Secundaire trombocytopenie bij volwassene
    • Verworven (auto-immune) anaemia haemolytic
    • Erytroblastopenie
    • Congenitale anaemia hypoplastic
    • Voor de palliatieve behandeling van leukemieën en lymfomen bij volwassenen en acute leukemieën bij kindere
    • Voor de inductie van diurese of remissie van proteïnurie bij nefrotisch syndroom, zonder uremie, van het idiopathische type of veroorzaakt door lupus erythematosus
    • Om de patiënt over een kritische periode van de aandoening te helpen bij
    • Colitis ulceros
    • Enteritis regionalis (systemische therapie
    • Pulmonale sarcoidosi
    • Berylliosi
    • Fulminerende of gedissemineerde longtuberculose, bij gelijktijdige toediening van adequate tuberculostatic
    • Syndroom van Loeffler, indien andere middelen geen effect hebben gesorteer
    • Aspiratiepneumoni
    • Voor inductie van diurese of remissie van proteïnurie bij nefrotisch syndroom, zonder uremie, van het idiopathische type of veroorzaakt door lupus erythematosu
    • Orgaantransplantatie
    • Behandeling van hematologische en oncologische aandoeninge
    • Verworven (auto-immuun) anaemia haemolytic
    • Idiopathische purpura thrombocytopenica bij volwassenen (uitsluitend IV; IM toediening is gecontra-indiceerd
    • Secundaire trombocytopenie bij volwassene
    • Erytroblastopenie (RBC anemie
    • Congenitale (erythroïde) anaemia hypoplastic
    • Voor palliatieve behandeling van
    • Leukemieën en lymfomen bij volwassene
    • Acute leukemie bij kindere
    • Hersenoedeem door primaire of metastatische tumor en/of gepaard gaand met heelkundige ingreep of bestralingstherapi
    • Acute exacerbaties van sclerosis multiple
    • Acuut ruggenmergtrauma. De behandeling moet binnen de acht uur na het letsel starte
    • Meningitis tuberculosa met dreigend of reeds ingesteld subarachnoïdaal blok, in combinatie met adequate antituberculeuze chemotherapi
    • Trichinosis met neurologische of myocardiale implicati
    • Preventie van nausea en braken bij de chemotherapeutische behandeling van kanke
    • Primaire of secundaire bijnierschorsinsufficiënti
    • Acute bijnierschorsinsufficiëntie
    • Behandeling van shocktoestanden: shock volgend op bijnierschorsinsufficiëntie of shock die niet reageert op conventionele therapie, in geval van feitelijke of vermoede bijnierschorsinsufficiëntie(hydrocortison is over het algemeen het keuzepreparaat. Indien mineralocorticoïde effecten ongewenst zijn, kan methylprednisolon de voorkeur verdienen)
    • Vóór heelkundige ingrepen en in geval van ernstige ziekte of trauma, bij patiënten met bekende bijnierschorsinsufficiëntie of twijfelachtige bijnierschorsreserv
    • Congenitale bijnierhyperplasi
    • Niet-etterende thyroïditi
    • Hypercalciëmie bij kanke

De werkzame stof in Solu-Medrol is methylprednisolon.

Zij is aanwezig in de vorm van methylprednisolonnatriumsuccinaat overeenkomend met respectievelijk 40 mg, 125 mg, 250 mg, 500 mg of 1000 mg methylprednisolon.

De andere stoffen in dit middel zijn:

 Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie (zonder benzylalcohol): Act-O-Vial systeem: - Solu-Medrol S.A.B. (= Sine Alcohol Benzylicus) Act-O-Vial 40 mg Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: sucrose, mononatriumfosfaatmonohydraat, watervrij dinatriumfosfaat, water voor injectie.

  • Solu-Medrol S.A.B. (= Sine Alcohol Benzylicus) Act-O-Vial 125 mg – 250 mg Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: mononatriumfosfaatmonohydraat, watervrij dinatriumfosfaat, water voor injectie.

 Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: - Solu-Medrol 500 mg – 1000 mg Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: - Poeder: mononatriumfosfaatmonohydraat, watervrij dinatriumfosfaat. - Oplosmiddel: benzylalcohol, water voor injectie.

 Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie (zonder benzylalcohol): - Solu-Medrol S.A.B. (= Sine Alcohol Benzylicus) 40 mg Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: - Poeder: sucrose, mononatriumfosfaatmonohydraat, watervrij dinatriumfosfaat. - Oplosmiddel: water voor injectie. - Solu-Medrol S.A.B. (= Sine Alcohol Benzylicus) 125 mg – 500 mg – 1000 mg Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie: - Poeder: mononatriumfosfaatmonohydraat, watervrij dinatriumfosfaat. - Oplosmiddel: water voor injectie.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

 Ontstekingwerende geneesmiddelen: combinatie van glucocorticoïden met bepaalde ontstekingwerende geneesmiddelen (niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen zoals ibuprofen, salicylaten zoals acetylsalicylzuur) verhoogt het risico op maag-darmzweren en -bloedingen.

 Acetylsalicylzuur (aspirine) en andere salicylaten, wanneer zij worden gebruikt om het bloed vloeibaarder te maken: hun werking kan verminderd zijn bij gelijktijdige toediening van glucocorticoïden.

 Antidiabetica (geneesmiddelen gebruikt bij de behandeling van diabetes): de behoeften aan insuline of orale bloedsuikerverlagende middelen kunnen aangepast zijn.

 Diuretica (die de urineproductie bevorderen om de bloeddruk te verlagen of om de symptomen te verlichten in geval van hartfalen): de combinatie van Solu-Medrol en sommige diuretica uit de groep van de thiaziden verhoogt het risico op glucose-intolerantie.

De combinatie van glucocorticoïden en geneesmiddelen die kaliumverlies in de hand werken (bijv. diuretica) kan leiden tot een tekort aan kalium in het bloed. Nauwgezet toezicht door een arts is aangewezen om een eventueel kaliumtekort in het bloed te detecteren. Er bestaat eveneens een verhoogd risico op een kaliumtekort in het bloed wanneer corticosteroïden worden gecombineerd met de volgende geneesmiddelen: amfotericine B (geneesmiddel tegen bepaalde schimmelinfecties), xanthenen of β2-mimetica (geneesmiddelen tegen astma).

 Ciclosporine, een anti-afstotingsmiddel dat gebruikt wordt na transplantatie: het risico op stuipen is verhoogd. De bijwerkingen van de twee geneesmiddelen kunnen worden versterkt als ze tegelijkertijd worden gebruikt.

 Het effect van glucocorticoïden kan verminderd zijn bij het gelijktijdig toedienen met geneesmiddelen die de leverenzymen versterken zoals anti-epileptische geneesmiddelen (bijvoorbeeld carbamazepine, fenobarbital of fenytoïne) of bepaalde antibiotica of antituberculosemiddelen (rifampicine).

 Het effect van glucocorticoïden kan versterkt zijn bij het gelijktijdig toedienen met CYP3A4-remmers, zoals bepaalde antibiotica (macroliden, zoals erytromycine, claritromycine), bepaalde geneesmiddelen gebruikt bij de behandeling van infecties die door schimmels veroorzaakt worden (antimycotica zoals itraconazol, ketoconazol) en bepaalde geneesmiddelen tegen hypertensie (calciumantagonisten zoals diltiazem).

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In zeldzame gevallen kan dit geneesmiddel een ernstige, potentieel levensbedreigende, allergische reactie (anafylaxie) veroorzaken. Als u een snel optreden van ademhalingsmoeilijkheden, zwelling van gezicht en hals, een algemeen onwelzijn (shock) opmerkt, moet u onmiddellijk een arts contacteren.

Glucocorticoïden zoals methylprednisolon kunnen de volgende algemene bijwerkingen hebben; de frequentie ervan is niet bekend:

 Infecties: infecties, opportunistische infecties, buikvliesontsteking (peritonitis).

 Immuunsysteem: allergische reacties, met inbegrip van ernstige allergische reacties.

 Hormonale stoornissen: syndroom van Cushing (chronische zwaarlijvigheid met rood, gezwollen vollemaansgezicht), onvoldoende afscheiding van hypofysehormonen (onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse-bijnieras), ontwenningsverschijnselen van steroïden (zie rubriek 3 "Als u stopt met het gebruik van dit middel").

 Voedings- en stofwisselingsstoornissen: verzuring van het bloed (metabole acidose), natriumretentie, waterretentie, kaliumverlies (kan leiden tot een hypokaliëmische alkalose), afwijking van de vetgehalten in het bloed (dyslipidemie), stoornissen bij de suikerverwerking (verminderde tolerantie voor glucose, verhoogde behoefte aan insuline of aan orale geneesmiddelen die de bloedsuiker verminderen bij suikerzieken), toegenomen eetlust (met mogelijke gewichtstoename tot gevolg), lipomatose (opstapeling van vetweefsel in verschillende delen van het lichaam).

 Bloed- en lymfestelselaandoeningen: verhoogd aantal witte bloedcellen.

 Psychische stoornissen: slapeloosheid, psychotische stoornissen (met name manie, waanideeën, hallucinaties, schizofrenie), affectieve stoornissen (met name depressie, euforie, emotionele instabiliteit, psychische afhankelijkheid, zelfmoordgedachten), mentale stoornissen, veranderingen van de persoonlijkheid, verwarring, angst, stemmingswisselingen, abnormaal gedrag, prikkelbaarheid.

 Zenuwstoornissen: epidurale lipomatose, verhoogde druk in de schedel met papiloedemen (benigne intracraniële hypertensie), convulsies (stuipen), geheugenverlies, cognitieve problemen, duizeligheid, hoofdpijn.

 Oogaandoeningen: chorioretinopathie (aandoening van het netvlies en van het vaatvlies), wazig zien, cataract, uitpuilende ogen (exoftalmie), glaucoom (met mogelijk letsel van de oogzenuwen).

 Ooraandoeningen: duizeligheid.

 Hartaandoeningen: congestief hartfalen bij gevoelige patiënten, ruptuur ter hoogte van het myocard (hartspier) als gevolg van een hartinfarct, onregelmatig hartritme, bloedsomloopcollaps, hartstilstand, vertraagd hartritme, versneld hartritme.

 Bloedvataandoeningen: toegenomen bloedstolling, abnormaal hoge (hypertensie) of lage bloeddruk (hypotensie), warmte en rood worden van de huid (overmatig blozen).

 Ademhalingsstoornissen: longembolie (obstructie van een bloedvat ter hoogte van de longen), hik.

 Maagdarmstelselaandoeningen: maagzweer met risico op perforatie en bloedingen (hemorragie), bloeding in de maag, pancreasontsteking, slokdarmontsteking (met of zonder zweer), darmperforatie, buikpijn, opgezette buik, diarree, problemen met de spijsvertering, misselijkheid, braken.

 Lever- en galaandoeningen: ontsteking van de lever (hepatitis) na intraveineuze toediening. Methylprednisolon kan uw lever beschadigen; er is melding gemaakt van hepatitis en een verhoging van leverenzymen (bijv. AST, ALT).

Systemische schimmelinfecties
Overgevoeligheid voor methylprednisolon of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
RELATIEVE CONTRA-INDICATIES
Bijzondere risicogroepen:
Patiënten die tot de volgende risicogroepen behoren dienen onder streng medisch toezicht en gedurende een zo kort mogelijke periode behandeld te worden (zie eveneens rubrieken "Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik" en "Bijwerkingen"): kinderen, diabetici, hypertensieve patiënten, patiënten met psychiatrische antecedenten, bepaalde infectieuze toestanden zoals tuberculose of bepaalde virale aandoeningen zoals herpes en zona met oculaire verschijnselen.

Zwangerschap Het gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is in het algemeen af te raden, tenzij ander advies van uw arts. Mocht u zwanger worden terwijl u dit geneesmiddelgebruikt, dient u onmiddellijk uw arts te contacteren. Als een langdurige behandeling vanwege een zwangerschap moet worden afgebroken, dan dient de behandeling geleidelijk te worden afgebouwd.

Solu-Medrol 500 mg en Solu-Medrol 1000 mg bevatten benzylalcohol, een conserveermiddel dat doorheen de placenta kan dringen (zie rubriek "Solu-Medrol bevat benzylalcohol en natrium in bepaalde afleveringsvormen").

Borstvoeding Het gebruik van dit geneesmiddel is in het algemeen af te raden gedurende de borstvoeding, tenzij ander advies van uw arts. Corticosteroïden komen in de moedermelk terecht. Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Solu-Medrol 500 mg en Solu-Medrol 1000 mg bevatten benzylalcohol, een conserveermiddel dat in de moedermelk kan overgaan (zie rubriek "Solu-Medrol bevat benzylalcohol en natrium in bepaalde afleveringsvormen").

Adjuvans bij levensgevaarlijke toestanden

  • De aanbevolen dosis bedraagt 30 mg/kg, IV gegeven gedurende een periode van minstens 30 minuten
  • In het ziekenhuis mag deze dosis elke 4 tot 6 uur gedurende 48 uur naargelang van de klinische noodzaak herhaald worden

Reumatoïde artritis

  • 1 g/dag IV gedurende 1, 2, 3 of 4 dagen of 1 g/maand IV gedurende 6 maanden
  • Deze behandeling dient te worden toegediend gedurende een periode van minstens 30 minuten en kan herhaald worden indien er geen verbetering optreedt na één week behandeling of indien de toestand van de patiënt dat noodzakelijk maakt

Preventie braken/nausea chemotherapie

  • Chemotherapie met zwak tot matig emetogeen effect: 250 mg over minstens 5 minuten IV één uur vóór, bij het begin en op het einde van de chemotherapie toedienen.
  • Chemotherapie met ernstig emetogeen effect: 250 mg over minstens 5 minuten IV samen met een geschikte dosis metoclopramide of butyrofenon één uur vóór de chemotherapie en daarna 250 mg IV bij het begin en op het einde van de chemotherapie toedienen

Acuut ruggenmergtrauma

  • De behandeling moet binnen de 8 uur na het trauma beginnen
  • Voor de patiënten bij wie de behandeling binnen de 3 uur na het trauma wordt ingesteld

  • Start met een intraveneuze bolusinjectie van 30 mg methylprednisolon per kilogram lichaamsgewicht over een periode van 15 minuten onder blijvend medisch toezicht

  • Na de bolusinjectie volgt een pauze van 45 minuten, waarna een continu infuus van 5,4 mg/kg/uur gedurende 23 uur wordt toegediend
  • Voor de patiënten bij wie de behandeling binnen de 3 tot 8 uur na het trauma wordt ingesteld
  • Start met een intraveneuze bolusinjectie van 30 mg methylprednisolon per kilogram lichaamsgewicht over een periode van 15 minuten onder blijvend medisch toezicht
  • Na de bolusinjectie volgt een pauze van 45 minuten, waarna een continu infuus van 5,4 mg/kg/uur gedurende 47 uur wordt toegediend

Andere

  • Startdosis: 10 - 500 mg, naargelang van de klinische toestand.
  • Voor kortstondige behandeling van ernstige, acute toestanden, zoals asthma bronchiale, serumziekte, urticaria na transfusie en acute exacerbaties van sclerosis multiplex, kunnen hogere dosissen vereist zijn.
  • Startdosissen tot en met 250 mg dienen IV toegediend over minstens 5 minuten.
  • Dosissen > 250 mg moeten over minstens 30 minuten worden gespreid.
CNK 0078360
Organisaties Pfizer
Merken Pfizer
Breedte 48 mm
Lengte 74 mm
Diepte 31 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Actieve ingrediënten methylprednisolon natriumsuccinaat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)